Europees Comité voor gegevensbescherming

Rol van het EDPB

Het Comité vaardigt niet alleen richtsnoeren uit over de uitleg van kernbegrippen van de AVG, maar moet ook bindende besluiten nemen over geschillen inzake grensoverschrijdende verwerkingsactiviteiten en op die manier zorgen voor een eenvormige toepassing van EU-voorschriften om te voorkomen dat dezelfde gevallen verschillend worden behandeld in verschillende rechtsgebieden.

De belangrijkste instrumenten waarmee het Comité zijn rol vervult zijn (link naar ons werk en onze instrumenten invoegen):

Bij het vervullen van zijn taken en bevoegdheden treedt het Comité onafhankelijk op. Het Comité vraagt nooit om instructies en neemt ook van niemand instructies aan.  

Het Comité kan ook – op eigen initiatief of op verzoek van een van zijn leden of van de Europese Commissie – onderzoek doen naar elke aangelegenheid die betrekking heeft op de toepassing van de AVG.

Het EDPB moet de Europese Commissie advies verstrekken over gegevensbeschermingsvraagstukken in de EU, waaronder ook over voorgestelde wijzigingen van de AVG en over EU-wetgevingsvoorstellen. Ook moet het EDPB de Europese Commissie adviseren over de vorm en de procedures voor de uitwisseling van informatie in het kader van de bindende bedrijfsvoorschriften.

Daarnaast moet het EDPB de Europese Commissie adviezen verstrekken over de beoordeling van de mate waarin het beschermingsniveau in een derde land toereikend is, over de iconen en over de certificeringsvereisten.

Het EDPB heeft een rol bij het verstrekken van adviezen over ontwerpbesluiten door de toezichthoudende autoriteiten.

Voorts moet het EDPB bindende besluiten geven in drie gevallen. Deze hebben veelal betrekking op geschillenbeslechting tussen toezichthoudende autoriteiten:

- wanneer de betrokken toezichthoudende autoriteit bezwaar heeft gemaakt tegen het ontwerpbesluit van de leidende toezichthoudende autoriteit of wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit het bezwaar heeft verworpen (one-stop-shop);

- wanneer er botsende zienswijzen bestaan over de vraag wie de leidende toezichthoudende autoriteit is;

- wanneer een toezichthoudende autoriteit niet om een advies van het Comité verzoekt (zoals vereist op grond van het coherentiemechanisme) of het advies van het Comité niet opvolgt.